Home

Intensive Care, waar ik stilaan kind aan huis ben, waar de koffie en de Cleenex altijd klaar staan en waar mensen andere mensen worden. Ik struin langzaam langs de straten, langs glazen wanden waarachter men sterft van pijn en verdriet, maar soms ook een beetje van geluk, wanneer het dan eindelijk eens wat beter gaat.

“Mag die pijp uit m’n muil?” vraagt een vrouw me hoopvol in haar keurigste Gents. Haar gezicht smelt als bijenwas wanneer ik afkeurend met het hoofd schud. Ze wendt zich af, kijkt geconcentreerd naar de schommelende waarden op de monitor alsof het de seizoensfinale van “Sturm der liebe” was. De tikker gaat in het rood. Een cliffhanger…

Verpleegsters voeren pampers, schorten en steunkousen aan, ‘steppen’ van cel naar cel terwijl toestellen pompen, blazen, piepen en puffen. De drukte wordt drukkender en dokters maken zich voortdurend dik. En daar is dan moeder: voor even meer machine dan mens. Mijn ghost in a shell, mijn mammie morfine… Kon ik muziek schrijven, dan zou ik er een hit van maken.

Een half uur bezoek is meer dan genoeg. In de cafetaria neem ik een bakje troost en een peer uit de koelkast, nestel me nog even bij het raam en neem m’n notaboekje ter hand. Uit de grauwe lucht valt alles behalve troost, uit m’n pen vloeien geen woorden maar tranen.
“Die peer doe je beter met een schilmes,” knipoogt een cafetaria-medewerkster plots terwijl ze haar hand op m’n schouder legt, en zo het ideale excuus uit de zak tovert om mij te komen troosten…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s